Auto Classica in de media
Op
www.hyves.nl
Auto Classica
Rubbio is hét adres voor vakkundige restauratie door
vaklieden met liefde voor klassieke automobielen.
De
vakbekwaamheid en -kennis van de materialen van Tito Rubbio
en zijn zoons Richard en Gino zijn de basis voor een gedegen
restauratie of modificatie. Ongeacht het merk of bouwjaar
van uw auto; Auto Classica Rubbio is de beste keus voor
reparatie van het koetswerk.
Interview in Autovisie
Mijn eerste kennismaking met een plaatwerker had ik nadat ik mijn eerste
auto op een parkeerplaats voor het gerechtsgebouw terug vond.
In het licht van een straatlantaarn zag ik een lange kras in
de rechter deur toen ik die open deed voor mijn zusje, nadat
wij de film La Belle Americaine
hadden gezien, zo diep dat de deurstijl zichtbaar was als
onder een vloeiblaadje. Ik was perplex. Ma belle was
aangerand. Een week later was zij weer geheel hersteld, door
een vriendelijke plaatwerker bij Mudde in de Vaartstraat,
waar ik jaren eerder vaak was langs gelopen, op weg naar
school. Die herinneringen kwamen spontaan weer terug toen ik
het pad opreed naar de werkplaats van Tito Rubbio, die bezig
was een Alfa Romeo coupé vast te sjorren op een trailer. Een
GTV zoals ik die een paar jaar na mijn Mini had gehad. Het
begon zachtjes te regenen. De druppels bleven op de nieuwe
glanzende zilveren lak liggen. Rubbio rolde de trailer de
werkplaats binnen en zeemde zwijgzaam met een blik van
liefde de Alfa droog.
Bij Tito in de Italiaanse keuken
We lopen de werkplaats in, het atelier
van een Italiaanse beeldhouwer. Bij Mudde was het donker in
mijn herinnering, en ik denk terug aan mijn eigen GTV, aan
de tweede, een paar jaar na mijn Mini. Ik had van een
relatie een set brede velgen en dikke race-Pirelli’s
gekregen, en om die onder de mijn Alfa te kunnen zetten
moesten de spatborden worden uitgebouwd. En dat was prachtig
geworden, zo vloeiend strak als ze er uit zag en zo geweldig
vitaal. Een andere relatie, die lettering voor vrachtwagens
maakte, had een gouden draak voor de motorkap gesneden. Zo
was mijn standaard bolide een woest sprookje geworden,
waarover ik geneigd ben aan Tito te vertellen, maar dat toch
niet doe, omdat zijn verhaal nieuw en interessanter zal zijn,
en ik voor hèm kom. De auto’s die bij Rubbio staan zijn daar
voor restauratie, voor kleine optische correcties, of een
reconstructie van weggecorrodeerd overblijfsel, een immobiel
idee uit een groots verleden, opgebouwd tot een geheel
nieuwe automobiel. Hoe komt deze Italiaanse
meesterbeeldhouwer in Nederland terecht, en hoe is het
mogelijk dat deze bescheiden man zo’n reputatie heeft
verkregen dat hij voor de meest veeleisende opdrachtgevers
en aan de duurste auto’s mag werken?
Plaatjes kijken bij echte cappuccino
‘Eerst koffie?’ In de koffie-, lunch-
en tijdschriftenkeuken maakt Richard, die ik ongecorrigeerd
Ricardo blijf noemen, cappuccino’s klaar, voor mij, zijn
vader die ik Tito noem, en zijn broer Gino, een reus gemeten
met Italiaanse standaardmaten. Ricardo had ik al in het
atelier getroffen, waar hij bezig was met een nieuw segment
dat in een verkreukeld voorscherm van een Bentley zal worden
gezet. Gino bereidde het spuiten voor van de body van een
geheel gerestaureerde Aston Martin DB2, mijn meest favoriete
auto aller tijden, uit de tijd nog dat ik een folder had
gekregen van een klasgenootje op de lagere school, wier
vader bij een Aston-dealer werkte, zoals dat gaat in een
leven van een jongen die niet ouder wordt. Op de
formicatafel liggen Italiaanse autobladen. De namen van
Giugiaro, Pininfarina en Scaglietti flitsen door de keuken,
de nieuwe Ferrari 612, en Bertone. Tito kijkt mee. Hij zegt
niks als ik bij Bertone blijf hangen. Hij zegt niet dat hij
er gewerkt heeft. Maar ik weet dat, van mijn vriend Alfredo,
met wie ik eerder bij Tito ben geweest, om zijn Quattroporte
te halen, de aanleiding voor deze herhaling.
Vanuit hart
Italië naar Lemmer…
We zijn nog
maar aan het begin van het verhaal, lijkt wel. Tito heeft
geen foto’s uit de tijd dat hij bij Bertone werkte. We gaan
dus af op zijn beeldende verhaal. Maar Richard en Gino
verstoren dat met een discussie over de nieuwe Aston Martin
waaraan wat touching-up gedaan moet worden, een kras op de
achterbumper, en wat kleinigheden om haar weer glanzend
nieuw te maken. Gino is voor een Italiaan een reus, en hij
zit net zo klem in een Aston als de reus van Top Gear. Ik
wil nu meer weten over hun kunst dan over hun ervaringen met
de auto’s die het atelier passeren.
Verhaal van
Tito
‘Je moet het
hem zelf eens laten vertellen hoe hij hier zijn reputatie
als topcarrossier heeft opgebouwd,’ had Alfredo gezegd. ‘Ben
je altijd gek met auto’s geweest?’ is mijn eerste vraag.
‘Als kleine jongen van zeven,’ zegt Tito, en hij gaat er
echt voor zitten, ‘ben ik vanuit het Noorden naar Milaan
verhuisd en daarna naar Turijn. Daartussendoor waren we nog
in Pavia, tussen de druiven. Bij familie in Turijn zijn we
gebleven. Daar ging ik naar school en had ik een job
gevonden voor m’n vrije tijd, bij een fietsenmaker,
onderdelen verkopen in een kraam op de markt, fietsen en
bromfietsen. Ik kreeg toen een fietsie van m’n werkgever.’
Fietsie zegt ie gewoon! ‘Van fietsenmaker ben ik loodgieter
geworden. Vroeger koos je niet een vak omdat je het leuk
vond, maar wat het beste uitkwam. Er was geld nodig is het
gezin. Alles wat meer kon verdienen bepaalde wat voor werk
je deed. En ik was best goed. Dus was ik loodgieter en ging
ik ook naar school. En ook naar de hogere school, die tot je
vijftiende verplicht was. Als je bij een klein bedrijf
werkte werd je slecht betaald, en moest je ook je best doen
om je geld te krijgen. Toen ik vijftien werd ben ik naar
Bertone gegaan, omdat het goed verdiende. Ik leerde heel
snel, en namelijk voor tinner.’
‘Van lood over op
tin’
‘Ja, zoals je het
zegt,’ zegt Tito lachend. ‘Alle lasnaden en andere naden op
zich moest je vullen. En al gauw kreeg ik er jongetjes bij
om het hun te leren. Dat was minder prettig, want daardoor
ging mijn productie omlaag. Je werkplek was een autolengte
lang. Als ik achter liep, als de neus al in het gebied van
de volgende man kwam, nam hij mijn werk over. Als zo’n
jongen het niet goed deed, dan moest ik het over doen. Dus
kreeg ik steeds meer de pest in. Van 1964 tot 1969 heb ik
zeven keer ontslag genomen. Daarna kreeg ik een jokerfunctie,
invaller. Als iemand moest plassen moest ie dat aanvragen en
dan viel ik in. Tinnen dus en deuken wegwerken, uitlepelen,
vijlen, klaar maken voor de spuiter, dus allemaal voordat de
lak er op komt, puur carrosserie. Dat was de joker. Ik
draaide twee ploegen, en ’s avonds ging ik naar school, waar
ik studeerde voor tekenaar. Ik ben bijna tekenaar, technisch
tekenaar, niet officieel, want m’n papieren heb ik nooit
gehaald. Ik was inmiddels al bijna twintig, altijd maar
werken, en ik dacht: Wat moet ik nou met die papieren?’
Van een tevreden klant
Er komt een
beeldschone, indrukwekkend mooie, Giulietta Sprint aanrijden,
een legendarische droom in tastbare werkelijkheid.
‘Het is heel simpel. Wij doen alleen waar we goed in zijn,
het plaatwerk. We doen niets aan het mechaniek, alleen
plaatwerk. Als je een beschadigd deel van het plaatwerk moet
herstellen kijk je naar de andere kant; een auto heeft
meestal twee kanten, hoeft niet per sé helemaal het zelfde
te zijn, als de lijnen er maar in zitten. Als dat niet
voldoende is ga je uit van foto’s. Dan begin ik met het
moeilijkste stuk en werk dan naar het makkelijkste stuk toe.
Dan wordt het een puzzel. Er worden dan stukjes gemaakt die
je bij elkaar brengt. Je maakt niet een heel scherm. Een
scherm, of een deur, wordt dan in vier, zes of acht delen
gemaakt. Die delen hamer ik in vorm. Daar gebruik ik een zak
zand voor, een leren zak eigenlijk, met zand gevuld, soms
met een stukje rubber daarop, of een stukje ijzer; ijzer op
ijzer. Daarvan alleen al kun je een hele fotoserie maken. Op
dit moment kan ik niks laten zien, omdat we zo’n klus nu
niet onder handen hebben. Maar van het gereedschap heb je al
een foto gemaakt.
Dat gereedschap is natuurlijk essentieel, maar het
allerbelangrijkste is dat je er oog voor hebt, en dat
ontwikkel je, gaandeweg. Oog voor de vloeiende lijnen die je
de hamer laat creëren. Het lijkt inderdaad wel, zoals je
zegt, een beetje op tovenarij. Een allerlaatste check komt
in de spuitcabine, waar we in de lak de tl-buizen
weerspiegeld zien. Elke afbuiging van de lijn verraadt een
oneffenheid, die we voordat het te laat is nog mooi kunnen
corrigeren, maar gelukkig is dat theorie. En dan poetsen
totdat ze in het verkeer er uit springt.’
Op
www.classicdrivers.com
Auto Classica en de Ferrari 250GT Lusso
Het kan de
echte Ferrari liefhebber bijna niet ontgaan zijn; op 18 mei
vond de tweede Leggenda e Passione veiling in Maranello
plaats. Een veiling waarbij het neusje van de zalm op
Ferrari gebied ten toon werd gesteld en verkocht.
Eén van de
paradepaardjes tijdens deze veiling was de 250 GT Lusso uit
1963, welke de afgelopen jaren door de medewerkers van Forza
service met finesse werd gerestaureerd.
Het spuiten van
de carrosserie werd uitgevoerd door de uiterst vakkundige
handen van Auto Classica Rubbio uit Nederhorst den Berg.
Daarna is de kale carrosserie naar ons gebracht en hebben
onze medewerkers een totale technische restauratie
uitgevoerd. Hierbij werden onder andere de motor en
versnellingsbak volledig gereviseerd en van de wielophanging
is ieder deel gerestaureerd. De motorruimte werd tot in het
kleinste detail weer opgebouwd, nieuwe leidingen werden
gelegd, het dashboard werd geplaatst en elektra vervangen en
aangesloten. Ook de ruiten werden door ons gezet en de
deuren weer opgebouwd. Aansluitend heeft Henk van Lith het
voertuig op perfecte wijze en met zeer hoogwaardige
originele materialen opnieuw bekleed.
De keurmeesters
van Ferrari Classiche in Italië waren laaiend enthousiast
over het eindresultaat en hadden zelfs geen enkel puntje van
kritiek. Wereldwijd wordt in de media ook met veel lof
gesproken en geschreven over deze, door ons gerestaureerde
Lusso, die tijdens de veiling het fenomenale bedrag opbracht
van € 759.000,00. Met gepaste trots verwijzen wij dan ook
graag naar enkele “quotes”:
“The
car has just recently completed a full body-off restoration
under the guidance of the present owner. The painstaking
restoration lasted four years, during which time every
detail was researched with the utmost detail. The current
owner did not want to entrust the car to one restoration
shop, but instead sourced the best specialists for each
element of the restoration; the car was sent to the best
bodyshop, the best trimmers, and of course the best engine
builders for the restoration of the V-12 engine. The full
restoration was documented with photography of each step and
the “restoration file” will be given to the buyer.”
Uit: de officiële RM Auctions catalogus,
Ferrari Leggenda e Passione, May 18, 2008 (pag 172 – 173)
“The other Lusso, a 1963 Ferrari 250
GT/L, was talk of the salesroom, achieving a well deserved €
759.000,00 (estimate € 480.000 - € 580.000). It was superb!”
Door: Steve Wakefield
“Noemenswaardig
is dat de restauratie, waarover Ferrari Classiche meldde dat
ze het niet beter hadden kunnen doen, is verricht door
Nederlandse vakspecialisten! Het gaat om Tito Rubbio van
Auto Classica Rubbio (http://www.autoclassica.nl),
Henk van Lith van HVL (http://www.carinteriors.nl)
en Alex Jansen van Forza Service (http://www.forzaservice.nl).
Dat het vakwerk werd gewaardeerd blijkt ook uit de prijs
waarvoor de Lusso van eigenaar wisselde: € 759.000. In
Amerikaanse dollars is dat meer dan een miljoen: $
1.184.040. Een groot compliment en verdiende waardering voor
dit Nederlandse vakmanschap!”
Speciale dank
gaat uit naar onze opdrachtgever, die ons carte blanche
heeft gegeven voor het uitvoeren van dit prachtige project!
Bedankt voor het in ons gestelde vertrouwen!